Ottomaanse Rijk
In de 13e eeuw drongen de Turken Klein-Azie binnen waar zij een rijk stichtten. In de daarop volgende eeuwen onderwierpen zij de Balkan, een deel van de rest van Oost-Europa en de stad Constantinopel, wat het einde van het Byzantijnse rijk betekende. In de 15e en 16e eeuw werden daar delen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika bijgevoegd. Het rijk, bekend als het Ottomaanse Rijk (naar Osman I), werd vijf eeuwen lang bijeen gehouden. In 1529, en opnieuw in 1683, stonden de Turken voor de poorten van Wenen, wat een grote indruk maakte op de Europeanen. Na het beleg van Wenen werd de opmars van de Ottomanen in Europa gestuit. In de loop van de 17e en 18e eeuw kwamen de zwakke punten van het Ottomaanse rijk steeds verder naar voren. De Ottomaanse strijdkrachten raakten achterop bij die van de westerse mogendheden en het rijk raakte steeds verder afhankelijk van het Europese bankwezen.
Aan het einde van de 19e eeuw begon het Ottomaanse Rijk grote delen van de in Europa veroverde gebieden te verliezen. Na de Eerste Wereldoorlog versloegen de Britten en de Arabieren de Turken. Dit leidde tot de vorming van de staten Irak, Libanon, Palestina, Syrie en Transjordanie. In 1922 werd de laatste sultan van de troon gestoten en werd de huidige staat Turkije gesticht.

Rond 1300 maakte de Italiaan Marco Polo een lange reis naar China. Dit wakkerde de nieuwsgierigheid aan van de Europeanen en in de daarop volgende eeuwen werd het de uitdaging om een zeeweg te vinden naar Indie. Kort na 1400 stichtte Prins Hendrik de Zeevaarder van Portugal een zeevaartschool waar veel kennis van geografie, astronomie en navigatie werd vergaard. In 1487 werd een belangrijke mijlpaal behaald toen Bartolomo Diaz Kaap de Goede Hoop ontdekte, waardoor de zeeweg naar Indie open kwam te liggen. Tien jaar later zeilde Vasco da Gama als eerste Europeaan de 7000 km lange route naar India.
Rond 1400 kregen naast de kerk en grootgrondbezitters ook bankiers en rijke kooplieden politieke macht. Een voorbeeld van zo’n schatrijke familie was die der Medici in Florence. De macht van de paus werd ingeperkt en langzaam groeide er een nieuwe geest waarbij zelfbewuste burgers steeds meer hun eigen leven gingen bepalen. Ook leefde tijdens de Renaissance (ca. 1350-1525) de belangstelling voor de klassieke beschaving op, wat zichtbaar werd in de verschillende kunstuitingen. Kunstenaars trachtten de werkelijkheid zo realistisch mogelijk uit te beelden en men kreeg oog voor de schoonheid van de natuur en het menselijk lichaam.
Na de donkere eeuwen die volgden op de volksverhuizing maakten de Nederlanden deel uit van het Frankische Rijk. Na het verdrag van Verdun in 843 waarbij het Rijk werd opgedeeld kwamen de Nederlanden bij Lotharingen en kort daarop voor een groot deel onder het Duitse Rijk.
De Keltische Britten weken na de invasie van Angelen en Saksen uit naar Wales, Ierland en Bretagne. Vanaf ca. 800 teisterden de Noormannen de Britse eilanden waarna veel Noren en Denen zich er vestigden. In de elfde eeuw vielen Engeland, Noorwegen en Denemarken zelfs onder één koning: Knoet de Grote. Toen een van zijn opvolgers (Edward de Belijder) kinderloos stierf nam de Normandische hertog Willem de Veroveraar de troon over. In de slag bij Hastings overwon hij in 1066 zijn grootste tegenstander: de Angelsaksische koning Harold. De strijd staat uitgebeeld op het bekende Tapijt van Bayeux, een borduurwerk van 70 bij 50 cm dat stamt uit de tijd niet lang na de slag; mogelijk enkele jaren.
Na het uitsterven van de Karolingers viel de macht van oostelijke deel van het
De Franken waren een Germaans volk dat voor zover bekend vanaf het begin van onze jaartelling in het huidige Duitsland woonde. Als enige bleken zij in staat om uit het puin van het West-Romeinse rijk een levensvatbaar koninkrijk te stichten.
Het Byzantijnse Rijk was het oostelijke deel van het Romeinse Rijk dat na de val van het westelijke deel (in 476) overbleef. Door keizer Constantijn de Grote werd de stad Byzantium omgedoopt tot Nova Roma (het nieuwe Rome). Nova Roma stond al snel bekend als Constantinopel. Er waren prachtige paleizen, kerken en openbare gebouwen en de kunst van de iconen kwam tot bloei.